De pensioenregeling

Elke maand leggen u en uw werknemer premie in. Die premie wordt belegd. Zo bouwt uw werknemer pensioen op voor later. Dit is het pensioen wat u werknemer ontvangt naast AOW van de overheid.

Pensioen bestaat uit drie onderdelen

1. AOW

Het bedrag dat uw werknemer van de overheid krijgt voor elk jaar dat hij of zij vanaf 50 jaar voor zijn of haar AOW-leeftijd in Nederland woont of werkt.

2. Ouderdomspensioen

Het pensioen dat u samen met uw werknemer opbouwt door elke maand premie in te leggen. Bij Pensioenfonds Detailhandel bouwen werknemers vanaf hun achttiende pensioen op.

3. Aanvullend pensioen

Een bedrag dat uw werknemer eventueel zelf spaart via een bank of verzekeraar.

Pensioenopbouw

Werknemers in de detailhandel en andere aangesloten sectoren (hier vindt u alle andere sectoren met een aansluiting bij Pensioenfonds Detailhandel) bouwen vanaf hun achttiende automatisch ouderdoms-, partner- en wezenpensioen op bij Pensioenfonds Detailhandel. Elke maand wordt er door werkgeverspremie afgedragen aan het pensioenfonds. Een deel van deze premie wordt ingehouden op het brutosalaris van de werknemers. Als werkgever draagt u een belangrijk deel van de premie bij. Werknemers bouwen pensioen op over het salaris tot het maximumloon. Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv). Dat is in 2026 € 79.409,- in 2025. 

Hoogte van het pensioen

De hoogte van het pensioen dat werknemers straks ontvangen, hangt vooral af van hun salaris en het aantal jaren dat ze pensioen opbouwen. Werknemers kunnen dit bedrag terugvinden op hun persoonlijke pensioenomgeving achter de login. Ook staat dit in het Uniform Pensioenoverzicht (UPO). Deze krijgen ze eens per jaar toegestuurd. Het UPO is ook te vinden op de persoonlijke pensioenomgeving.

Op www.mijnpensioenoverzicht.nl kunnen uw werknemers zien hoeveel pensioen er in totaal is opgebouwd – ook bij vorige pensioenuitvoerders, zoals pensioenfondsen en verzekeraars.

Let op: Tot 1 januari 2013 was de pensioenleeftijd 65 jaar. Daarna is deze verhoogd naar 67 jaar. Is er al pensioen bij ons opgebouwd vóór 2013? Dan zetten wij het opgebouwde pensioen om naar de huidige pensioenleeftijd van 67 jaar. We tellen het bedrag op bij het pensioen dat uw werknemer nu opbouwt. Als een werknemer alsnog het pensioen met 65 jaar wil laten ingaan, dan kan dat nog steeds.

Uitruilen pensioensoorten

Het is mogelijk om pensioensoorten uit te ruilen en zo een hoger of lager ouderdomspensioen of partnerpensioen te krijgen.

Extra pensioen

Extra pensioen opbouwen binnen de pensioenregeling van Pensioenfonds Detailhandel is niet mogelijk. Wel kunnen uw werknemers voor aanvullende regelingen terecht bij diverse pensioen- en levensverzekeraars of (bank)sparen voor extra inkomen.

Ouderdomspensioen

Pensioen wordt ook wel ‘ouderdomspensioen’ genoemd. Wij noemen het gewoon ‘pensioen’. De werknemer krijgt dit pensioen vanaf het 67ste levensjaar. Hoeveel pensioen er wordt ontvangen, hangt af van het salaris en het aantal jaren dat er pensioen wordt opgebouwd. 

Zo wordt pensioen opgebouwd

Er wordt niet over het hele salaris pensioen opgebouwd, maar over de pensioengrondslag. De pensioengrondslag is het jaarsalaris min de franchise. De franchise is een vast drempelbedrag waarover géén pensioen wordt opgebouwd. Dat komt omdat de werknemer later AOW van de overheid ontvangt. Jaarlijks bouwt uw werknemer 1,622% pensioen op over de pensioengrondslag.

Partnerpensioen

Wanneer uw werknemer overlijdt, ontvangt de partner partnerpensioen. Dit geldt als uw werknemer:

  • Getrouwd is
  • Een geregistreerd partnerschap heeft, of
  • Een gezamenlijke huishouding met zijn of haar partner voert. Dat is aan te tonen met een (notariële) samenlevingsovereenkomst of de verklaring samenleving. De partners moeten op hetzelfde adres ingeschreven zijn en de gezamenlijke huishouding moet al minstens zes maanden gevoerd worden.

De partner mag geen bloed- of aanverwant in de eerste graad zijn. Het huwelijk, het geregistreerd partnerschap of de gezamenlijke huishouding moet bovendien vóór pensionering zijn aangegaan.

Opbouw partnerpensioen

Jaarlijks bouwt uw werknemer 1,135% partnerpensioen op over de pensioengrondslag. De opbouw van het partnerpensioen stopt zodra de werknemer met pensioen gaat.Het partnerpensioen gaat in op de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin uw werknemer overlijdt. Deze pensioenuitkering eindigt op de laatste dag van de maand waarin de partner overlijdt.

Het partnerpensioen bestaat uit:
  • Het te bereiken partnerpensioen. Dat bestaat uit het al opgebouwde partnerpensioen én het nog op te bouwen partnerpensioen tot de pensioenleeftijd van 67 jaar (als de werknemer op het moment van overlijden nog in de bedrijfstak werkt)
  • Het opgebouwde partnerpensioen (als de werknemer op het moment van overlijden niet meer in de bedrijfstak werkt).
Bijzonder partnerpensioen

Bij het beëindigen van een huwelijk, geregistreerd partnerschap, of de gezamenlijke huishouding heeft de ex-partner recht op bijzonder partnerpensioen. Dit is het partnerpensioen dat de werknemer tot dat moment heeft opgebouwd .

Partnerpensioen bij overlijden na pensionering

Bij overlijden na pensionering is er voor de partner een partnerpensioen. Namelijk het partnerpensioen dat tijdens de deelname aan de pensioenregeling is opgebouwd en niet is uitgeruild voor een hoger ouderdomspensioen.

Anw-pensioen

Als uw werknemer overlijdt, kan de partner in aanmerking komen voor een Anw-uitkering van de overheid. Omdat deze Anw-uitkering maar in een beperkt aantal gevallen wordt uitgekeerd, kent onze pensioenregeling een Anw-pensioen.

De partner heeft recht op Anw-pensioen als hij of zij:

  • In of na 1950 is geboren.
  • Niet voor minimaal 45% arbeidsongeschikt is.
  • Geen kind onder de 18 jaar verzorgt.
  • Jonger is dan de AOW-leeftijd.
Hoogte Anw-pensioen

Als een werknemer fulltime in de detailhandel werkte, bedraagt het Anw-pensioen maximaal € 9.408,- bruto per jaar (bedrag 2026). Werkte een werknemer in deeltijd, dan wordt het bedrag evenredig verlaagd.

Ingangsdatum

Het Anw-pensioen gaat in op de eerste dag van de maand na overlijden. Bijvoorbeeld: overlijdt de werknemer op 16 april, dan gaat het Anw-pensioen in op 1 mei. Het Anw-pensioen kan ook ingaan op de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin:

  • Het jongste kind 18 jaar wordt.
  • Er geen ongehuwd kind onder de 18 tot de huishouding behoort.
  • De partner niet meer voor minimaal 45% arbeidsongeschikt is.
Einde Anw-pensioen

De duur van het Anw-pensioen hangt af van de leeftijd van de partner op de ingangsdatum: 

  • Jonger dan 30 jaar: één jaar
  • 30 jaar of ouder maar jonger dan 35 jaar: twee jaar
  • 35 jaar of ouder maar jonger dan 40 jaar: drie jaar
  • 40 jaar of ouder maar jonger dan 45 jaar: vier jaar
  • 45 jaar of ouder maar jonger dan 50 jaar: vijf jaar
  • 50 jaar of ouder: tot de AOW-leeftijd maar uiterlijk tot 67 jaar.

Het Anw-pensioen stopt op de laatste dag van de maand waarin de partner overlijdt.

Wezenpensioen

Wanneer uw werknemer overlijdt, hebben zijn of haar kinderen recht op wezenpensioen. Het wezenpensioen gaat in op de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin uw werknemer overlijdt en loopt door tot de laatste dag van de maand waarin het kind 25 jaar wordt.

Het geldt voor:

  • Eigen en geadopteerde kinderen jonger dan 25 jaar.
  • Stief- en pleegkinderen jonger dan 25 jaar die als eigen kinderen worden opgevoed.

Het wezenpensioen bedraagt 20% van het partnerpensioen. Zijn er meer dan vijf kinderen die recht hebben op wezenpensioen, dan wordt het totaal van de vijf wezenpensioenen over alle kinderen verdeeld. Als beide ouders overleden zijn, wordt het wezenpensioen verdubbeld. Ieder kind krijgt dan 40% van het partnerpensioen.

InlineImage

Aanvullende pensioenregeling

Werkgevers kunnen deelnemen aan onze aanvullende pensioenregeling. Met deze regeling bouwt u pensioen op over het salaris boven het maximumloon Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv) (€ 79.409,- in 2026) tot een salaris van € 137.800,- (bedrag 2026). Deze aanvullende pensioenregeling is een collectieve regeling. Daarmee is bepaald dat deze regeling voor alle werknemers geldt met een salaris boven het maximum loon Wfsv. Voor deze aanvullende pensioenregeling wordt een uitvoeringsovereenkomst gesloten.

Voor wie?

De aanvullende pensioenregeling is voor werknemers die meer verdienen dan het maximumloon Wfsv én deelnemen aan de verplichte regeling van Pensioenfonds Detailhandel. Ook parttime werknemers kunnen deelnemen. Het maximumloon Wfsv wordt dan evenredig berekend. Het actuele maximumloon Wfsv vindt u op Pensioenpremie en -opbouw.

Voorwaarden

Voor de aanvullende pensioenregeling gelden dezelfde voorwaarden als voor de verplichte regeling. 

Aanmelden voor de aanvullende regeling is tijdelijk niet mogelijk

Het pensioenfonds bereidt de overgang voor naar de nieuwe pensioenregels. Uiterlijk op 1 januari 2028 stappen we over naar de nieuwe pensioenregeling. Tot een jaar na deze overstap kunnen werkgevers geen aanvullende regeling bij ons afsluiten.

Compensatie

In de nieuwe regeling is er een compensatie voor sommige deelnemers. Dat zijn mensen die straks waarschijnlijk minder pensioen opbouwen dan nu. Zij krijgen tijdelijk een extra premie. Dat geld komt uit het vermogen van het pensioenfonds. Als nieuwe werkgevers nu een aanvullende regeling zouden afsluiten, krijgen hun werknemers misschien ook die compensatie. Maar zij hebben daarvoor nog geen premie betaald en dus ook niet bijgedragen aan het vermogen. Dat zou oneerlijk zijn. Daarom is het tijdelijk niet mogelijk om een aanvullende regeling af te sluiten.

Pensioenpremie

De premie voor de aanvullende pensioenregeling vindt u op Pensioenpremie en -opbouw. U kunt met uw werknemers afspraken maken over de verdeling van deze premie.

Veelgestelde vragen

Vraag?

Neem contact op via de telefoon, e-mail of per post.