Overlijden

Wat betekent dat voor uw pensioen? Als u overlijdt, hebben uw partner en kinderen recht op een pensioenuitkering. Dat heet nabestaandenpensioen. Uw partner ontvangt dan partnerpensioen en kinderen wezenpensioen.

Uw partner heeft recht op partnerpensioen als:

  • U getrouwd bent
  • U een geregistreerd partnerschap heeft
  • U samenwoont met een (notariële) samenlevingsovereenkomst of een verklaring samenleving en dat vóór uw pensioendatum bij ons heeft gemeld.

Daarnaast geldt:

  • Het huwelijk, geregistreerd partnerschap of samenwonen moet zijn aangegaan vóór uw pensioen
  • Uw partner mag geen bloed- of aanverwant in de eerste graad zijn (zoals ouder of kind).
Het partnerpensioen bestaat uit:
  • Het te bereiken partnerpensioen. Dat bestaat uit het al opgebouwde partnerpensioen én het nog op te bouwen partnerpensioen tot de pensioenleeftijd van 67 jaar (als de werknemer op het moment van overlijden nog in de bedrijfstak werkt)
  • Het opgebouwde partnerpensioen als u op het moment van overlijden niet meer in de aangesloten sectoren werkt.

Het partnerpensioen gaat in op de eerste dag van de maand na uw overlijden. 

Opbouw partnerpensioen

U bouwt jaarlijks 1,135% partnerpensioen op over uw pensioengrondslag. Dit is 70% van het ouderdomspensioen. De pensioengrondslag is uw jaarsalaris min de franchise. De opbouw stopt zodra u met pensioen gaat.

Wezenpensioen

Kinderen ontvangen 20% van het partnerpensioen. Zijn beide ouders overleden? Dan wordt dit 40%. Zijn er meer dan vijf kinderen? Dan wordt het totaalbedrag voor vijf wezenpensioenen over alle kinderen verdeeld. Als beide ouders overleden zijn, wordt het wezenpensioen verdubbeld. Ieder kind krijgt dan 40% van het partnerpensioen.

Wezenpensioen geldt voor:

  • Eigen en geadopteerde kinderen jonger dan 25 jaar
  • Stief- of pleegkinderen jonger dan 25 jaar die u als eigen kind opvoedt.

Het wezenpensioen start op de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin u overlijdt en loopt door tot de laatste dag van de maand waarin het kind 25 jaar wordt.

InlineImage

Anw-pensioen

Uw partner kan ook recht hebben op een extra uitkering van ons: het Anw-pensioen. Dit geldt alleen als uw partner géén wettelijke Anw-uitkering van de overheid ontvangt.

Voorwaarden voor Anw-pensioen
  • Uw partner is geboren in of na 1950
  • Uw partner is niet 45% of meer arbeidsongeschikt
  • Er zijn geen kinderen onder de 18 die bij u in huis wonen
  • Uw partner is jonger dan de AOW-leeftijd.
Duur van het Anw-pensioen

Hoe lang het Anw-pensioen loopt, hangt af van de leeftijd van uw partner op de ingangsdatum:

  • Jonger dan 30 jaar: één jaar
  • 30 jaar of ouder maar jonger dan 35 jaar: twee jaar
  • 35 jaar of ouder maar jonger dan 40 jaar: drie jaar
  • 40 jaar of ouder maar jonger dan 45 jaar: vier jaar
  • 45 jaar of ouder maar jonger dan 50 jaar: vijf jaar
  • 50 jaar of ouder: tot de AOW-leeftijd maar uiterlijk tot 67 jaar.

Het Anw-pensioen stopt op de laatste dag van de maand waarin de partner overlijdt.

Hoogte Anw-pensioen

Als een werknemer fulltime in de detailhandel werkte, bedraagt het Anw-pensioen maximaal € 9.408,- bruto per jaar (bedrag 2026). Werkte een werknemer in deeltijd, dan wordt het bedrag evenredig verlaagd.

Ingangsdatum

Het Anw-pensioen gaat in op de eerste dag van de maand na overlijden. Bijvoorbeeld: bij overlijden op 16 april, dan start de uitkering op 1 mei. Maar het Anw-pensioen kan ook ingaan op de eerste dag van de maand waarin het jongste kind 18 jaar wordt, of waarin er geen ongehuwd kind onder de 18 meer tot het huishouden van de partner behoort, of de partner niet meer voor minimaal 45% arbeidsongeschikt is.

Tip: aanmelden partner

Woont u samen? Meld uw partner dan op tijd aan via uw persoonlijke pensioenomgeving (inloggen met DigiD). Dit gebeurt niet automatisch. Bij huwelijk of geregistreerd partnerschap krijgen wij de gegevens wel automatisch.

Veelgestelde vragen

Vraag?

Neem contact op via de telefoon, e-mail of per post.